Genoeg studierondes tijd voor een consensus

10 maart 2018
 

CD&V is al heel wat jaren vragende partij voor de opmaak van een energievisie en het afsluiten van een energiepact. We moeten afspreken hoe we in België in onze energie gaan voorzien en gecombineerd daarmee op welke manier we onze klimaatdoelstellingen zullen waarmaken. De tijd om onze energievisie af te ronden begint nu echt te dringen. Want eind 2018 moeten we een nationaal energie- en klimaatplan voorleggen aan Europa. CD&V vraagt dat zowel het energie- en klimaatplan als een jaarlijkse voortgangsrapportage worden voorgelegd aan en besproken in het interparlementair klimaatoverleg.

 

Het is nu echt hoog tijd om tot een consensus te komen die breed gedragen wordt. We vragen dan ook om de profilering te stoppen. Bijkomend studiewerk is op korte termijn ook niet nodig want alle recente studies komen op dezelfde trends uit. De belangrijkste variabelen en onzekerheden zijn ondertussen duidelijk (CO2- en gasprijs, technologische evolutie, keuzes in de buurlanden). De conclusie van elke studie is dezelfde: een volledige kernuitstap tegen 2025 is technisch en economisch mogelijk. Als ten minste nu gestart wordt met alle noodzakelijke voorbereidingen. Wanneer de kerncentrales uit dienst gaan, moet zo’n 8000 MW à 9000 MW thermische capaciteit beschikbaar zijn. Verdeeld over: nieuw te bouwen gascentrales (2200 MW à 3700 MW), bestaande gascentrales (2300 MW) en WKK’s en hernieuwbare bronnen (3000 MW à 3500 MW).

 

Om de bouw van die nieuwe gascentrales mogelijk te maken moet de voorbereiding nu starten. Die voorbereiding omvat (1) het uitwerken van een ondersteuningsmechanisme (technologieneutraal, tijdelijk, flexibel, mag open staan voor productiecapaciteit van over de grens en in overleg met de Europese commissie) want zonder ondersteuningsmechanisme zal niemand willen investeren in nieuwe productiecapaciteit; (2) het vinden van geschikte locaties (een vijftal nu bestaande gascentrales zijn tegen dan uit dienst en kunnen vervangen worden, direct over de grens is er goedkope reservecapaciteit en diverse andere industriële sites in ons land zijn technisch geschikt en (3) het afleveren van de nodige vergunningen.

 

Uit elke studie blijkt dat de totale systeemkost bij een volledige kernuitstap (€ 150 miljoen tot € 900 miljoen) hoger ligt dan wanneer de kernuitstap gedeeltelijk zou worden uitgesteld. Maar het financieel voordeel van de levensduurverlenging ligt vooral bij de producenten. Slechts een heel beperkt deel van de lagere systeemkost vertaalt zich in een prijsvoordeel voor de verbruikers. Tenzij de overheid een deel van dat financieel voordeel voor de producent afroomt, zoals nu het geval is. Echter als nu geen ondersteuningsmechanisme wordt uitgewerkt, zal geen enkele energieproducent bereid worden gevonden om te investeren in de noodzakelijke alternatieve productiecapaciteit. In dat geval zal België over enkele jaren met haar rug tegen de muur staan en zal het verlengden van de levensduur van de kernreactoren de enige mogelijkheid zijn om de bevoorradingszekerheid te garanderen. Of België in die situatie nog een grote nucleaire rente kan onderhandelen, is weinig waarschijnlijk.

CD&V kiest voor een volledig kernuitstap omdat gascentrales meer flexibel zijn dan kerncentrales en zo beter compatibel zijn met productie-eenheden voor groene stroom. Die nieuwe gascentrales zullen voor bijkomende CO2-uitstoot zorgen. Toch zal dit geen impact hebben op het halen van de reductiedoelstellingen van ons land. Omdat uitstoot door energieproductie onder het ETS-systeem valt. De uitstootrechten binnen dit systeem zijn beperkt en nemen jaar na jaar af. Nieuwe gascentrales in België zullen er dus voor zorgen dat elders steenkoolcentrales met een grotere uitstoot moeten sluiten.

 

 

 

De betaalbaarheid van de energiefactuur voor de gezinnen en het behoud van de concurrentiepositie van onze bedrijven is natuurlijk  een essentieel aandachtspunt in heel het energiepact. Een energiepact kan daarom niet zonder energienorm. Onze elektro-intensieve bedrijven moeten op een gelijk speelveld kunnen opereren met de buren. Een integrale energienorm monitort de verschillen in energiekost met de ons omliggende landen, en corrigeert de niet te verantwoorden verschillen. Die oefening moet gebeuren voor alle verbruikersgroepen. Het vraagstuk van de uiteindelijke verdeling van de lasten tussen de gebruikersgroepen, is de kern van het maatschappelijk debat. Willen we een uitstap en wat willen we ervoor betalen. Naar analogie met de loonnorm is daarvoor een structurele advisering  door de sociale partners nodig. Rechtvaardigheid en competitiviteit afwegen is een kerncompetentie die we van hen mogen verwachten.

 

Zowel bij bedrijven als bij gezinnen is er nog een groot potentieel aan energie-efficiëntieverbetering. Dat potentieel aanwenden zal zorgen een reductie van de uitstoot van CO2, een daling van de nodige gascentrales én een daling van de energiefactuur. Naast energie-efficiëntie moet bij de opmaak van een energie- en klimaatplan ook aandacht uitgaan naar hernieuwbare energie, naar zero emissie in mobiliteit, naar hoe energieconsumenten een actievere rol krijgen in een dynamische energiemarkt, naar vraagsturing en opslag van energie, naar België als energiedraaischijf in de Europese Energie-Unie, naar de financiering van de energietransitie… Er is dus nog veel werk op de plank.

 

De weg vooruit is niets anders doen dan wat er in het federale regeerakkoord afgesproken was: alles in het werk stellen om de kernuitstap volgens de wettelijke kalender te kunnen realiseren, maar tegelijk ook zorgen voor een monitorings- en correctie­mechanisme dat de bevoorradingszekerheid, de veiligheid, de duurzaamheid en de betaalbaarheid garandeert op lange termijn

Categorie: 

Robrecht on Twitter