V-test voor laadpalen nodig

7 november 2016
 

Elektrische voertuigen zijn in opmars. Op termijn moeten zelfs alle verbrandingsmotoren geweerd worden. Maar er is nog heel wat werk aan de winkel om elektrische mobiliteit alle kansen te geven in Vlaanderen. Vlaams volksvertegenwoordiger Robrecht Bothuyne (CD&V) wil dat daarom niet alleen meer laadpalen in Vlaanderen komen, maar pleit ook voor meer duidelijke informatie voor de consument.

Het actieplan ‘Clean Power for Transport’ (CPT) moet daarvoor zorgen. Zo is er onder andere de premie ingevoerd die chauffeurs bij aankoop van een CPT-voertuig kunnen aanvragen. Een ander actiepunt dat tot doel heeft om de CPT-voertuigen te ondersteunen is, het voorzien van voldoende laad- en vulinfrastructuur. Tegen 2020 dienen er 5.000 laadpalen voor elektrische wagens beschikbaar te zijn in Vlaanderen.

Een veelgehoord bezwaar tegen elektrische wagens is hun beperkte autonomie. Daarom is een goed uitgebouwd netwerk van laadstations nodig. Langs de snelwegen moeten er snellaadstations komen die een auto in 20 minuten kunnen opladen. Ter vergelijking: een gewone laadpaal doet zijn werk in 3 tot 4 uren. De mogelijkheid om elektrische wagens op te laden via snellaadstations langs de autosnelwegen zou hun actieradius aanzienlijk kunnen verhogen en zou een drempel tot het gebruik van deze wagens kunnen wegnemen. Helaas zijn er nu slechts 2 zo een snellaadstations in ons land, namelijk langs de snelweg in Ruisbroek (E19) en in Drongen (E40). 15 anderen zijn gepland. Dat blijkt uit antwoorden op parlementaire vragen van Volksvertegenwoordiger Bothuyne. Ter vergelijking: in Nederland zijn er al meer dan 50 snellaadstations langs de autosnelwegen. Bothuyne: ‘Elke snelwegparking zou zo’n snellaadstation moeten krijgen. Minister Weyts moet dit opnemen in de concessies die hij verleent.’

Ander probleem is dat we eigenlijk niet weten hoeveel en welke laadpalen er in Vlaanderen staan. Bothuyne: ‘De minister kon niet antwoorden op mijn vraag om aan te duiden waar er hoeveel laadpalen beschikbaar zijn. De gegevens zijn gewoon niet bekend of beschikbaar. Dit kan uiteraard niet. De netbeheerders moeten deze informatie dringend verzamelen. CD&V wil nu dat die informatie in een app en website aangeboden wordt aan de consumenten. Zo kan elke eigenaar van een elektrische auto ten alle tijden de dichtstbijzijnde laadpaal vinden. Deze app en website moeten alle informatie van alle aanbieders van laadinfrastructuur aanbieden, ook de prijs van de elektriciteit van de betrokken laadpaal.’

Want een belangrijke, maar weinig bekende drempel, kan de prijs worden voor het opladen van de batterij van een elektrische wagen. Een snelle berekening waarbij uitgegaan wordt van een verbruik van 10 kWh/100 km en van de gegevens van een grote marktspeler in België, leert dat men 0,72 euro/kWh (in geval van 20.000 km/jaar en snelladen) à 1,45 euro/kWh (in geval van sporadisch laden en snelladen) betaalt. Deze prijs is 3 à 6 keer meer dan de 0,25 euro/kWh die een gemiddeld gezin dient te betalen voor de verbruikte elektriciteit thuis. Ook in Nederland zou een wagen voor 0,25 euro/kWh opgeladen kunnen worden. 

Volksvertegenwoordiger Robrecht Bothuyne: ‘Eigenaars van een elektrische wagen hebben recht op correcte informatie. Net zoals gebeurd is voor andere energieleveranciers, zou de VREG een opdracht moeten krijgen om een V-test voor laadpalen te ontwikkelen. Zo kunnen eigenaars van elektrische auto’s niet alleen weten waar ze welke laadpaal kunnen vinden, maar kan men ook de prijzen vergelijken. Zo kan de markt voor laadpalen pas echt competitief worden. Dat is belangrijk voor elke toekomstige eigenaar van een elektrisch aangedreven auto.’

Categorie: 

Robrecht on Twitter