Vernieuwd KMO-energie-efficientiebeleid in de pijplijn

31 maart 2017
 

De Europese klimaatdoelstellingen die tegen 2020 gerealiseerd moeten worden omvat naast het verminderen van de uitstoot van broeikasgassen en een toenemende productie van hernieuwbare energie ook een verbetering van de energie-efficiëntie ofwel een vermindering van het energiegebruik. De Vlaamse bedrijven zijn verantwoordelijk voor een belangrijk deel van de verbruikte energie in Vlaanderen. Ze kunnen en moeten dus een belangrijke bijdrage leveren aan het realiseren van de doelstelling met betrekking tot het verbeteren van de energie-efficiëntie. Net daarom omvat de resolutie voor een sterk Vlaams klimaatbeleid, die op 23 november 2016 door het volledige Vlaams Parlement werd goedgekeurd, ook een heel aantal aanbevelingen met betrekking tot de bedrijven en de industrie.

 

Robrecht Bothuyne: “In de KMO's, de iets kleinere bedrijven, blijft de aandacht voor energie-efficiëntie en het verminderen van het energieverbruik nog te beperkt. In tegenstelling tot de energie-intensieve bedrijven is energie voor deze bedrijven geen grondstofkost. Mede daardoor gaat de aandacht van die bedrijven uit naar andere zaken en wordt de energiefactuur zonder veel bijkomende vragen te stellen betaald. Toch kunnen zij nog heel wat energie besparen en op die manier kosten sparen en een mooie bijdrage leveren aan het realiseren van de klimaatdoelstellingen. Daarom vroeg ik minister Tommelein naar eventueel nieuw beleid in deze. ”

Uiteindelijk zal het KMO-energie-efficientiebeleid uit 4 pijlers bestaan.

Eerst en vooral wordt behouden wat goed is. Dit zijn de REG-premies voor bedrijven. Bothuyne: “Ook een bedrijf kan REG-premies aanvragen. Bijvoorbeeld als het over gaat tot het isoleren van een kantoorgebouw of wanneer het via relighting minder elektriciteit gaat gebruiken voor het verlichten van de werkplek. Deze premies zorgen voor een kortere terugverdientijd van de investering. Helaas worden ze nog te weinig gebruikt.”

 

Een tweede spoor en helemaal nieuw, is de oprichting van ESCO-fonds in de schoot van PMV. Vrijdag staat dit nieuwe fonds op de agenda van de Vlaamse regering. Robrecht Bothuyne: “PMV heeft een hefboomfunctie bij investeringen in bvb innovatieve bedrijven, nu kan ze die hefboom ook uitspelen bij de financiering van energiebesparende investeringen in KMO's. Die KMO's kunnen zo deze investeringen financieren zonder dat het hun balans of kapitaalspositie bezwaart.”

 

Het gericht begeleiden van bedrijven is een derde spoor. Voorheen werd vooral vertrokken vanuit energieaudits die werden uitgevoerd in bedrijven. Bothuyne: “De vaststelling was echter dat de meeste van die verslagen in een schuif verdwenen en geen van de aanbevelingen in de praktijk werden gebracht. Een meer gerichte aanpak moet hier verandering in brengen.” Samen met een aantal sectororganisaties worden proefprojecten uitgewerkt die aanleiding zouden moeten geven tot een energiebesparing in bedrijven. Na een succesvolle evaluatie kunnen die projecten verder uitgerold worden. Robrecht Bothuyne licht verder toe: “sectoren krijgen middelen en mankracht om bedrijven te 'ontzorgen' bij het doen van deze investeringen. De samenwerking met de sectororganisaties is echt cruciaal. Zij kennen hun bedrijven zeer goed en hebben op die manier al een goed beeld van maatregelen die doeltreffend kunnen zijn. In eerste instantie zijn er al gesprekken met Fevia, Horeca Vlaanderen en Agoria. Andere sectoren zullen volgen.”

Een vierde en laatste spoor is communicatie: de minister moet samen met de administratie, sectoren, studiebureaus, enz. Inzetten op communicatie en sensibilisatie. KMO's moeten zo de meerwaarde inzien van deze investeringen voor hun bedrijf.‎ Ook Unizo kan hierbij een belangrijke partner zijn.

 

Categorie: 

Robrecht on Twitter