Vlaamse kennisinstellingen wereldtop in spin-off’s

2 januari 2015
 

De Vlaamse universiteiten en kennisinstellingen werken heel nauw samen met het bedrijfsleven. Zo wordt 16,7% van de uitgaven voor O&O in het hoger onderwijs gefinancierd door de privé-sector. Maar onze universiteiten en onderzoeksinstellingen zorgen ook voor heel wat nieuwe bedrijvigheid. Vlaanderen staat aan de Europese top als het gaat over spin-off’s, dat zijn bedrijven die groeien uit de onderzoeksactiviteit van Universiteiten of onderzoeksinstellingen. Dat blijkt uit het antwoord op een aantal parlementaire van Vlaams volksvertegenwoordiger Robrecht Bothuyne (CD&V).

De KULeuven is de kampioen in Vlaanderen als het over spin-off’s gaat. Sinds 2000 zijn er maar liefst 60 bedrijven gegroeid uit de Leuvense Universiteit. De Ugent is een logische tweede met 39 spin-off’s. De Universiteit Antwerpen mocht er 22 noteren, de VUB telt er 16 en de Universiteit Hasselt mocht in dezelfde periode 9 spin-off’s openen.

Als we kijken naar de periode 2008-2012 werden in Vlaanderen 76 spin-off’s geopend. Gemiddeld werden per jaar 5,6 spin-off’s in Leuven geteld, in Gent 4,6 per jaar, in Antwerpen 2, in Brussel 1,6 en in Hasselt werden er 1,4 spin-off’s per jaar opgericht. Het EU-gemiddelde is 1,7 spin-off’s per universiteit per jaar. De universiteiten van Gent en vooral Leuven zijn dus toppers in Europa.

Maar niet alleen ons hoger onderwijs creëert bedrijvigheid, ook onze SOC’s hebben al tientallen spin-off’s voortgebracht. De vier Strategische Onderzoekscentra of SOC’s (VIB, IMEC, IMinds en VITO) hebben een belangrijke rol in het toekomstgericht maken van onze Vlaamse economie. Vorig jaar kwam daar ook de SOC Maakindustrie bij, maar om evidente redenen kon deze nog geen spin-off’s genereren. In totaal zijn meer dan 4000 onderzoekers actief in deze 5 SOC’s. IMinds (digitaal onderzoek) is de spin-of-kampioen, met 27 opgestarte spin-off’s sinds 2000. Het Imec (nano-elektronica en nanotechnologie) doet het ook goed, met 19 spin-off’s. Het VIB (biotechnologie) telt 13 spin-off’s waaronder Vlaanderens’ grootste: Devgen waar vandaag 280 mensen werken. Het VITO (onderzoek inzake energie, leefmilieu, materialen en aardobservatie) heeft 9 spin-off’s opgericht.

Robrecht Bothuyne: ‘Vlaanderen creëert dus heel wat bedrijvigheid uit zijn O&O-inspanningen. Innovatie kan zo welvaart en tewerkstelling creëren, met compleet nieuwe bedrijven ontstaan uit onderzoekswerk. Toch kunnen er kritische kanttekeningen gemaakt worden bij al dit goede nieuws. 14 spin-off’s uit onze SOC’s en 29 spin-off’s gegroeid uit de Vlaamse universiteiten zijn failliet of in vereffening gegaan. Dat is bijna 1 op 5 van de opgerichte spin-off’s. Een hoog percentage dat kan wijzen op problemen inzake management of financiering.’

De Vlaamse regering was zich enkele jaren geleden al bewust van een aantal financieel-economische problemen bij de ontwikkeling van spin-off’s in Vlaanderen. Daarom werden 2 SOFI-fondsen opgerciht. SOFI staat voor spin-off financieringsinstrument en wordt beheerd door PMV. SOFI-1 betreft financering van spin-off’s uit onze SOC’s. Sinds de oprichting in 2011 werden al 31 aanvragen goedgekeurd voor 25 bedrijven. In totaal werd do al 5,5 miljoen euro geïnvesteerd. Daar tegenover stond meer dan 11 miljoen euro privaat kapitaal. SOFI werkt dus als hefboom om bijkomend kapitaal los te weken voor de spin-off’s.

SOFI-2, gericht op spin-off’s uit universiteiten, werd opgericht in 2013. In het eerste werkingsjaar werden al 4 participaties genomen en 2 incubatieleningen goedgekeurd. In totaal is zo al 1,725 miljoen euro besteed.

Bothuyne: ‘de SOFI-fondsen hebben duidelijk een meerwaarde als investeerders in Vlaamse spin-off’s. Bovendien wordt op die manier ook extra privaat kapitaal aangetrokken. Dat is heel positief. Maar misschien nog belangrijker is de begeleiding en opvolging vanuit PMV die hiermee gepaard gaat. Niet alleen wordt een spin-off-bedrijf bij de start grondig doorgelicht. Om de 6 maanden wordt elk dossier, elke spin-off, aan een grondige evaluatie onderworpen. Zo wordt nagegaan of het businessplan effectief gerealiseerd wordt en waar bijsturingen nodig of nuttig kunnen zijn. Deze intensieve begeleiding is een belangrijke troef die de kans op succes voor de SOFI-spin-off’s aanzienlijk zal verhogen. Misschien moet overwogen worden om ook andere spin-off’s die geen financiering via SOFI krijgen, toch deze PMV-begeleiding aan te bieden. Dit kan er toe leiden dat minder spin-off-bedrijven uiteindelijk falen of dat deze bedrijven sneller doorgroeien. Want ook hier knelt het schoentje. Vlaamse spin-off’s blijven meestal kleine bedrijfjes en groeien niet snel door.’

Amper 5 Vlaamse spin-off’s tellen meer dan 50 personeelsleden. Zowat 90% van de spin-off-bedrijven waarvan de tewerkstelling gekend is, tellen minder dan 10 werknemers. Robrecht Bothuyne: ‘We hebben de kennis, met SOFI is er de financiering en er is ook heel wat onderzoeksinfrastructuur, maar het grootste deel van deze bedrijven groeit niet door. Allicht is een betere begeleiding en een makkelijker toegang tot financiering cruciaal. We moeten deze bedrijven ondersteunen om nieuwe stappen te zetten. Zo zouden meer spin-off’s bijvoorbeeld ook zelf een product of dienst naar de markt kunnen brengen. Dat genereert uiteraard meer jobs.’

Categorie: 

Robrecht on Twitter