Het Vlaams Parlement heeft vorig jaar, op voorstel van Vlaams volksvertegenwoordiger en voorzitter van de commissie voor Werk en Economie, Robrecht Bothuyne (CD&V), een audit bevolen van de Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding (VDAB). Uit de audit blijkt dat het VDAB ontbreekt aan een duidelijk en transparant uitbestedingsbeleid. “Elke werkzoekende, elke Vlaming op arbeidsleeftijd, elke Vlaamse werkgever heeft recht op een kwaliteitsvolle dienstverlening op maat. Het is aan VDAB om die te garanderen. Laat de aanbevelingen van het Rekenhof een leidraad zijn,” zegt Bothuyne.

Het Vlaams Parlement heeft vorig jaar, op voorstel van Robrecht Bothuyne (CD&V), een audit bevolen van VDAB. “VDAB is een bijzonder belangrijk Vlaams overheidsagentschap. Met een budget van dit jaar 968 miljoen euro en meer dan 5000 medewerkers is VDAB één van de grootste spelers in de Vlaamse overheid.  VDAB is de regisseur van de Vlaamse arbeidsmarkt. Het is dan ook cruciaal dat de mensen en middelen van VDAB optimaal ingezet worden. Met de audit door het Rekenhof wil het parlement zicht krijgen op de manier waarop dat binnen VDAB gebeurde en gebeurt,” duidt Bothuyne. Met een  rapport over het gehanteerde uitbestedingsbeleid gedurende 15 jaar (2004  –2019) trekt het Rekenhof een aantal harde conclusies. VDAB moet meer dan één tandje bijsteken om de vele middelen die ze krijgt ook efficiënt in te zetten.

Uitdagingen zijn groot

De uitdagingen zijn dan ook groot. Vlaanderen streeft naar een werkzaamheidsgraad van 80 procent. Tegelijk kennen we een structureel krappe arbeidsmarkt, met meer mensen die uit- dan instromen. De vergrijzing laat zich keihard voelen. Bedrijven vinden door de mismatch tussen vraag en aanbod van werknemers steeds moeilijker (geschikt) personeel. Voor al die redenen is VDAB aangeduid als regisseur. Daarbovenop komt de belangrijke taak van activering van groepen die nu nog te vaak langs de kant van de arbeidsmarkt blijven staan, zoals werkzoekenden, maar ook leefloon- en RIZIV-klanten en huisvrouwen en -mannen. Maar VDAB is ook loopbaanregisseur: iedereen moet op VDAB kunnen rekenen om zijn of haar loopbaan verder uit te bouwen, bijvoorbeeld via vorming en opleiding. Tot slot is VDAB ook dataregisseur: de beheerder van alle relevante data gelinkt aan de arbeidsmarkt. Het Rekenhof concludeert dat het op dat vlak beter kan. Die data zou, gekoppeld aan artificiële intelligentie, er kunnen voor zorgen dat we mensen en werkgevers beter kunnen ondersteunen.

Om al deze taken aan te kunnen, doet VDAB in toenemende mate beroep op externe partners. Ongeveer 1 op 3 van de activiteiten van VDAB wordt door externen uitgevoerd. Via subsidies, overheidsopdrachten, tenders, samenwerkingsovereenkomsten, enz. De audit stelt vast dat de keuze van externe partners en de manier waarop deze worden aangeduid en de resultaten opgevolgd worden ondoorzichtig is. Vaak is de samenwerking ook juridisch incorrect vormgegeven. Bovendien zijn er volgens het Rekenhof risico’s dat werkzoekenden geleid worden naar voor hen niet aangepaste dienstverlening. Het belang van de naleving van de contracten met de externe partner stond dus soms boven dat van de werkzoekenden. De focus lag daarbij niet altijd bij het doel, namelijk de  uitstroom naar werk.

Verontrustend is ook dat het Rekenhof stelt dat actie niet systematisch gelinkt worden aan personeel en middelen en dat VDAB geen duidelijk zicht kan bieden op de eigen personeelscapaciteit. In diverse nota’s wordt het aantal bemiddelaars respectievelijk op 421, 750 en zelfs 2089 ingeschat. Een inschatting van de eigen capaciteit en competenties is nochtans essentieel om te beslissen of een taak al dan niet uitbesteed moet worden. Maar ook een volledig overzicht van de lopende uitbestedingen, partnerschappen, subsidies of samenwerkingen kan VDAB blijkbaar niet geven.

Geen duidelijk en transparant uitbestedingsbeleid

Het Rekenhof concludeert dan ook dat het VDAB ontbreekt aan een duidelijk en transparant uitbestedingsbeleid.

Commissievoorzitter Robrecht Bothuyne wil dat er lessen getrokken worden uit de audit. Daarom nodigt hij het Rekenhof, de gedelegeerd bestuurder en de voorzitter van de VDAB uit in het parlement voor een hoorzitting. “Het management van VDAB moet daarbij aangeven op welke manier ze concreet gaan omgaan met de bevindingen van het Rekenhof. De audit is snoeihard voor de manier waarop VDAB haar middelen en mensen beheert. Het is belangrijk dat er geen vragen rijzen over de kwaliteit van de dienstverlening die werkzoekenden en werkgevers krijgen. Elke werkzoekende, elke Vlaming op arbeidsleeftijd, elke Vlaamse werkgever heeft recht op een kwaliteitsvolle dienstverlening op maat. Het is aan VDAB om die te garanderen. Positief is alvast dat met het decreet op voorstel van minister Crevits de juridische basis gelegd hebben voor een professionele uitvoering van de regierol. Het is aan VDAB om dit nu in de praktijk om te zetten. De aanbevelingen van het Rekenhof kunnen daarbij een leidraad zijn,” besluit Robrecht Bothuyne.

De hoorzitting zal plaatsvinden op 15 juli.