IBO, de Individuele Beroepsopleiding, is al sinds jaar en dag dé Vlaamse tewerkstellingsmaatregel. In 2018 hervormde de toenmalig minister van werk IBO. De ambitie was groot; een verdubbeling van het aantal IBO’s naar 30 000 per jaar. Vlaams volksvertegenwoordiger Robrecht Bothuyne (cd&v): ‘Helaas blijkt nu uit de cijfers dat deze hervorming niet gelukt is. En integendeel; IBO is fors gezakt in populariteit. Daarom wil cd&v nu een nieuwe hervorming die meer rekening houdt met de realiteit van de arbeidsmarkt. IBO is te belangrijk om niet aan te pakken!’. Bothuyne dient daarom een conceptnota in het Vlaams parlement in.

De Vlaamse arbeidsmarkt kampt met een mismatch. De beschikbare competenties bij het arbeidsaanbod van werkzoekenden zijn niet afgestemd op de gevraagde competenties bij werkgevers. Vraag en aanbod moeten beter op elkaar afgestemd worden. Een van de oplossingen om competenties te versterken is via werkplekleren. Met een IBO kunnen werkzoekenden het beroep op de werkvloer leren. Bovenop hun uitkering krijgen ze een vergoeding van de werkgever en met een opleidingsplan op maat worden ze klaargestoomd voor een duurzame job in het bedrijf.

Het aantal gestarte IBO’s is in de laatste jaren in dalende lijn. In 2016 werden er nog ruim 15 000 IBO’s opgestart, in 2021 waren dit er slechts 10075. Een deel van deze daling is uiteraard ook te verklaren door de krappe arbeidsmarkt. De groep werkzoekenden is kleiner geworden en mensen werden sneller gewoon aangeworven. Niet alleen daalt het aantal IBO’s. Er worden vanuit het werkveld ook problemen gesignaleerd met de opleidingsplannen, de begeleiding, de instroom van bepaalde kansengroepen en de weinig stimuleren de vergoeding.

In de conceptnota worden 9 voorstellen gelanceerd om de regelgeving van IBO te verbeteren:

  1. IBO versterkt gebruiken voor niet-beroepsactieven en inschrijven als instrument in actieplannen en samenwerkingsverbanden met partners.
  2. Een actievere rol van VDAB in toeleiding van werkzoekenden naar IBO en versterkt inzetten op mobilisatie van partners
  3. Maak IBO-T gratis voor de werkgever in de eerste 3 maanden zodat meer personen met een migratieachtergrond via een IBO-T aan de slag kunnen
  4. Hervorm de vergoeding voor de cursist
  5. Zorg voor een financieel duurzamer model door de prestaties flexibeler te kunnen registreren (in halve dagen) en betaal enkel premies bij aanwezigheid van de cursist.
  6. Maak meer differentiatie mogelijk in de duurtijd en de prestatiebreuk van de IBO
  7. Investeer meer in de inschatting van de competentiekloof en een versterking van het opleidingsplan.
  8. Zet in op nazorg bij een vroegtijdig stopgezette IBO
  9. Zet in op nazorg bij het succesvol afronden van een IBO

We willen meer mensen in IBO betrekken, ook mensen die nu nog niet ingeschreven zijn bij VDAB. Daarom willen we dat bijvoorbeeld in kader van de samenwerkingsakkoorden met lokale besturen van toeleiding van leefloners of andere niet op de arbeidsmarkt actieve mensen werk wordt gemaakt. VDAB kan zelf ook haar partners meer mobiliseren; nu komt een groot deel van de IBO-ers via de werkgevers in het systeem terecht.

Er bestaat ook een ‘IBO-T’, een IBO met taalcoaching en -opleiding op de werkvloer. Maar vorig jaar maakten slechts 241 werkzoekenden hier gebruik van, terwijl er vandaag meer dan 40 000 werkzoekenden zijn die het Nederlands niet of nauwelijks machtig zijn. Bothuyne: ‘Hier worden nu kansen gemist. Door IBO-T in de eerste 3 maand gratis te maken voor werkgevers verlagen we de drempel aanzienlijk om anderstaligen kansen te geven en aan de slag te krijgen. Dit kan een gamechanger zijn voor de anderstalige werkzoekenden die vaak al te lang in de werkloosheid blijven hangen.’

Door de hervorming van minister Muyters krijgen alle IBO-ers dezelfde vergoeding. Elke maand opnieuw en in elke sector gelijk. Dat is niet stimulerend voor de betrokkenen en houdt geen rekening met het loon dat gangbaar is in een bepaalde job en sector. Een IBO-er moet vergoed worden voor zijn of haar werk en wie het goed doet, mag zijn vergoeding zien stijgen doorheen de opleiding. Bothuyne: ‘Nu is de vergoeding in elke sector gelijk en stijgt ze niet. Dat zorgt ervoor dat werkzoekenden niet gemotiveerd zijn om in een IBO te stappen of te blijven, zeker in sectoren met hogere lonen. Nochtans hebben werkzoekenden net baat bij de opleiding en vorming die bij een IBO hoort.’

We willen ook dat IBO een flexibel instrument is, dat rekening houdt met de realiteit van zowel de werkzoekende als de werkgever. Een degelijk opleidingsplan en een goeie opvolging ervan is dan ook cruciaal. Voor wie slaagt en zeker voor wie niet slaagt is nazorg nodig. Wiens IBO niet succesvol omgezet wordt in een vast contract, en dat is zo bij één op vier, moet onmiddellijk door VDAB een passende begeleiding krijgen. Alleen zo kunnen we zorgen voor een echt aanklampend beleid dat mensen kansen geeft.

Bothuyne: ‘Met deze hervorming willen we terug aanknopen met groei. Concreet willen we per jaar 1000 extra IBO’ers richting een vast contract helpen. Zo moeten we tegen 2027 terug 15000 IBO’s in Vlaanderen hebben.