De energiefactuur is een groeiende bezorgdheid voor vele gezinnen en bedrijven. Na de uitzonderlijk lage energieprijzen in 2020, kennen de elektriciteits- en aardgasprijzen sinds het derde kwartaal van 2021 een ongekende klim. Een combinatie van een grote wereldwijde vraag naar aardgas, slecht voorraadbeheer bij de energiehandelaars, een historisch hoge CO2-prijs en geopolitieke manoeuvres van Rusland liggen aan de basis van deze hausse. Een hogere energiefactuur voor de gezinnen, KMO’s en grote bedrijven is helaas het resultaat.

Burgers en bedrijven stellen hun hoop in de overheid om prijsstijgingen aan te pakken. Meer dan 45% van de elektriciteitsfactuur en 20% van de gasfactuur bestaat immers uit heffingen en btw. Hoewel de stijging te wijten is aan werking van de vrije markt, heeft de overheid dus enkele belangrijke hefbomen in handen. Het is dan ook hoog tijd om het principe van de energienorm, geïntroduceerd door CD&V en verankerd in beide regeerakkoorden, eindelijk om te zetten in effectieve maatregelen: bescherm de koopkracht van de gezinnen en concurrentiepositie van onze bedrijven door onze energieprijzen met die in de buurlanden te vergelijken, werk de niet te verantwoorden verschillen weg, en zorg er voor dat de energiefactuur door overheidsbeleid niet verder stijgt. Minister Tinne Van der Straeten beloofde om deze maand met voorstellen naar de regering te komen. Waar blijven ze?

We moeten ook nadenken over de spreiding van de lasten op onze energiefactuur. De elektriciteitsfactuur als verkapte belastingbrief blijven gebruiken is niet langer houdbaar en is een rem op de verduurzaming. Op termijn moeten de heffingen op elektriciteit worden afgebouwd en eerlijker gespreid worden over de andere energiebronnen, op basis van hun CO2-impact. Op die manier wordt elektrisch rijden en verwarmen met een warmtepomp ook haalbaar en betaalbaar voor de modale burger.

De sociale tarieven blijven noodzakelijk om de zwaksten in onze maatschappij te beschermen. Iedereen moet namelijk zonder zorgen in zijn basisenergiebehoeften (verwarming, koeling, koken,…) kunnen voorzien. Om de financiële gevolgen van de coronacrisis te beperken verdubbelde de federale regering terecht het aantal rechthebbenden op het sociaal tarief dit jaar tot meer dan één miljoen gezinnen. Een structurele interventie in de marktwerking om de energiefactuur van meer dan 1 op 5 gezinnen in België te verlichten is budgettair niet houdbaar, en bovendien geen efficiënte en gerichte besteding van overheidsmiddelen. Uiteraard verdienen mensen in energiearmoede de steun van het sociaal tarief, maar ook de hardwerkende middenklasse dient beschermd te worden tegen een hoogoplopende factuur. Het zijn namelijk zij die ook het benodigde extra budget van 176 miljoen euro betalen. We moeten de tijdelijke uitbreiding van het sociaal tarief dan ook op korte termijn terug afbouwen.

Beter is het om die middelen structureel te investeren in energiebesparingsmaatregelen, in de eerste plaats bij kwetsbare gezinnen. Een versterkte, eengemaakte renovatiepremie, ruime renteloze renovatieleningen, op lange termijn en voor iedereen, gekoppeld aan verregaande ontzorging zorgen voor een blijvend lagere energiefactuur én zijn goed voor het klimaat. Modellen waarbij energetische renovaties voorgefinancierd worden door derde partijen en vervolgens geleidelijk terugbetaald worden via de energiefactuur kunnen de renovatiedrempel verlagen. Als stok achter de deur kan een renovatieverplichting bij eigendomsoverdracht de prijzen van woningen drukken en tegelijk energiezuinige (huur)woningen toegankelijk maken voor meer mensen.

Zowel op vlak van betaalbaarheid, betrouwbaarheid en duurzaamheid zijn de uitdagingen in het energiebeleid groot. De politiek moet hiervoor ook in eigen boezem kijken. We roepen de federale en Vlaamse ministers van energie dan ook op om samen hun huiswerk te maken: zet de energienorm om in de praktijk, speel geen politieke spelletjes rond onze bevoorradingszekerheid, maak werk van een ambitieus energierenovatiebeleid en voer een ambitieuze vergroening van de (para)fiscale energiefiscaliteit door.

Robrecht Bothuyne & Leen Dierick

Vlaams en federaal volksvertegenwoordiger voor CD&V